Behandeling van PH

Bij de behandeling van Pulmonale Hypertensie is het de bedoeling om de bloedvaten te verwijden. Het hart krijgt het daardoor iets makkelijker. Zo kan het hart beter pompen en worden de klachten van patiënten minder. Er komt namelijk weer wat meer bloed door de longen, dus kan er meer zuurstof worden opgenomen.

Het is voor de behandeling belangrijk om te weten wat voor soort pulmonale hypertensie het is. Patiënten met groep 1 (PAH) en groep 4 (CTEPH) PH kunnen vaak speciale medicijnen gaan gebruiken. Bij patiënten met groep 2 (hartziekten) of groep 3 PH (longaandoeningen) werken deze medicijnen meestal niet of juist tegenovergesteld. Bij deze patiënten kunnen de klachten alleen minder worden door de ziekte te behandelen die de PH heeft veroorzaakt.

Alleen mensen met groep 4 (CTEPH) kunnen soms genezen van de PH. Dit kan door een speciale operatie. Deze operatie wordt pulmonale endarteriëctomie (PEA) genoemd en kan maar in twee ziekenhuizen in Nederland worden gedaan. Hierbij worden de bloedstolsels en littekenweefsel weggehaald uit de longslagaders. Als deze operatie niet mogelijk is kan er soms ook gekozen worden voor een dotterbehandeling: Ballon Pulmonalis Angioplastiek (BPA). Hierbij wordt geprobeerd de verstopping op te heffen door op de juiste plaats een ballon op te blazen.

Pulmonale Hypertensie wordt in Nederland pas vanaf 1998 behandeld. Voor 1998 was de enige optie een longtransplantatie. Vanaf 1998 kwam het middel Epoprostenol in Nederland. Daarna zijn er steeds meer middelen gekomen.

Er wordt veel onderzoek gedaan, daardoor komen er meer medicijnen en betere behandelingen.

Word donateur

Donateur ben je al vanaf 25 euro per jaar. Alleen dankzij jouw steun kunnen wij wetenschappelijk onderzoek naar Pulmonale Hypertensie blijven financieren.