Diagnose en onderzoek

Omdat de klachten vaag zijn en ook kunnen horen bij andere longziekten, zoals COPD en astma, wordt het niet snel ontdekt. COPD en astma komen veel vaker voor, dus meestal gaat de huisarts deze mensen behandelen alsof ze dat hebben. Meestal wordt er pas verder onderzoek gedaan als de vermoeidheid maar niet weg gaat. Het wordt pas ontdekt als er een longfunctietest of hartecho wordt gedaan. In Nederland zijn een aantal (academische) ziekenhuizen gespecialiseerd in onderzoek en behandeling van alle soorten PH.

Het duurt gemiddeld 2,8 jaar voor de juiste diagnose word gesteld. Dat is best lang, want zonder behandeling is de tijd dat mensen met PH te leven hebben maar 3 tot 5 jaar!

Er moet een aantal tests worden gedaan om Pulmonale Hypertensie echt vast te kunnen stellen:

ECG (Electrocardiogram)

Bij deze test worden er elektroden op de huid geplakt en wordt de elektrische activiteit van het hart gemeten. Het laat de hartslagen zien en geeft informatie over de beschadiging van het hart en de grootte van de hartkamers.

Echocardiogram

Met ultrageluid wordt het hart in beeld gebracht. Het laat de grootte en de vorm van de hartkamers zien, hoe dik de wanden zijn, hoe goed het hart pompt en of het hart nog goed kan ontspannen. Ook kan de arts inschatten hoe hoog de druk in de longslagaders is.

Ventilatie / Perfusiescan

Deze wordt gebruikt om te kijken of er bloedklonters in de longvaten zitten.

Rechterhartkatheterisatie

Een heel dunne, buigbare buis wordt door de huid in een bloedvat geprikt. Daarna wordt de buis naar het hart gebracht. Hiermee wordt in de longslagader en het hart de bloeddruk gemeten. Ook wordt gekeken hoeveel zuurstof er in het bloed zit en of het hart goed werkt.

Zes-minuten-wandeltest

Hier wordt gemeten hoeveel meter een patiënt kan wandelen in 6 minuten tijd. Er wordt gemeten hoeveel zuurstof er in het bloed zit tijdens de test. Dit gebeurt door een meter op een vinger te plaatsen, deze meter meet onder andere de zuurstof. De hartslag wordt ook gemeten én hoe benauwd de patiënt het heeft na het wandelen (er moet een cijfer worden gegeven voor hoe benauwd iemand zich voelt). Zo kun je zien hoe goed een patiënt met gewone activiteiten kan omgaan en of er vooruitgang of achteruitgang is… Dit wordt niet alleen in het begin getest, maar bij iedere ziekenhuiscontrole.

Zes-minuten-wandeltest