Diagnose pulmonale hypertensie en hoe nu verder?
Vlak na de diagnose ben je vooral bezig met wat er allemaal gaat gebeuren. Welke behandelingen zijn mogelijk? Welke testen moeten afgenomen worden? Je moet misschien voor aanvullend onderzoek naar het ziekenhuis. Je krijgt veel nieuwe informatie te verwerken en eigenlijk moet je meteen belangrijke beslissingen nemen. Je kunt het gevoel krijgen dat alles je overkomt en niemand lijkt je te kunnen vertellen hoe je de draad van het leven weer kunt oppakken.
Pas na een paar weken of maanden heb je eigenlijk echt tijd om alles te laten bezinken. De achtbaan aan emoties komt misschien even tot stilstand. Maar juist daardoor kunnen er ook weer allerlei emoties loskomen.
Als je door pulmonale hypertensie veel last hebt van negatieve gevoelens of emoties dan noem je dat emotionele klachten. Je kunt bijvoorbeeld verdrietig zijn omdat je bepaalde dingen niet meer kunt. Of je voelt je onzeker, somber, prikkelbaar, boos of machteloos. Sommige mensen piekeren veel over de toekomst. Daarnaast kan pulmonale hypertensie gevolgen hebben voor de relaties met de mensen om je heen. Je partner, kinderen, familie of vrienden.

Het is voor iedereen anders
Niet iedereen krijgt psychosociale problemen door pulmonale hypertensie, maar het komt regelmatig voor. Het is niet vreemd als je hier last van hebt. Op welk moment iemand klachten ervaart kan enorm verschillen. Bijvoorbeeld na de diagnose of juist als de behandeling al een tijdje is opgestart. Alle emoties die je voelt zijn normaal, of je nu boos, verdrietig of gespannen bent.
Als je de diagnose PH hebt ontvangen krijg je te maken met 'levend verlies' - verlies van een stuk van je leven.
Bedenk dat alle emoties mogelijk zijn én normaal
Tijdens de informatiedag gaf prof. dr. Manu Keirse, emeritus-hoogleraar verliesverwerking aan de KU Leuven, een indrukwekkende lezing over ‘levend verlies’. Hij vertelde over hoe je kunt omgaan met verlies en verdriet, wanneer je te maken hebt met een chronische aandoening. Over welke kennis je nodig hebt. En wat je wel kunt zeggen of juist niet. We spraken hem uitgebreid.
Eerst meteen maar een aantal misverstanden wegnemen rond verlies en rouw. Want die zijn er. De vraag: ‘Heb je het nog niet verwerkt?’, is er zo eentje, zegt Manu Keirse. “Dat kan niet. Rouw verwerk je niet. Het is er elke keer weer opnieuw.” Rouw gaat ook niet in fases. Het vraagt om rouwarbeid, zegt hij, en dat kun je “oppakken of laten liggen”. Rouw kan er een tijdje zijn en soms ook weer erger worden. “Denk niet dat het ‘over gaat’ of dat het niet zo’n groot probleem meer zal zijn, omdat het er al zolang is. Rouw vraagt niet om tijd, maar om intensiteit en emotionaliteit. En om stilstaan bij die emoties.” Dat ‘verstandige mensen wel met rouw om moeten kunnen gaan’, is nog zo’n misverstand. “Emoties volgen niet de wegen van het verstand.”
Drie sporen
Of iemand nu te maken heeft met levend verlies of met een overlijden, de rouwarbeid die je moet verrichten is heel vergelijkbaar, zegt Keirse. “Je wordt in beide gevallen geconfronteerd met onrecht en dat roept allerlei pijn en emoties op. Vaak komt dat naar buiten in boosheid en het zijn dan de meest dierbaren die dat moeten incasseren. Je ziet dat al bij een kind. Als het zijn knie stoot, is het de ‘stoute tafel’. Zijn pijn komt in boosheid naar buiten. Als je dan niet weet dat dit een normale reactie is, dan kun je er gemakkelijk verkeerd op reageren.”
Wanneer de pijn van verdriet zich uit in boosheid, is er volgens Keirse maar één juiste reactie. “Laat iemand vertellen wat op dat moment zo’n pijn doet. Wat die zo moeilijk vindt. Dan zie je de boosheid meteen zakken. Weet ook dat boosheid of iemand afstoten een hele normale reactie is. In een emotionele situatie vergeet je na te denken.”

Schuldgevoelens
Als er sprake is van een chronische aandoening dan is het niet alleen die persoon zelf die te maken krijgt met levend verlies. De partner of naasten moeten beseffen dat ook zij met een belangrijk verlies te maken krijgen, zegt Keirse. “Zij moeten ook rouwarbeid verrichten. Maar de manier waarop je dat doet, is niet voor iedereen hetzelfde. Ieder doet het op z’n eigen manier, al moet je er wel beiden doorheen.” Het is goed, zegt hij, om afspraken te maken. En om niet al je ‘eigen dingen’ opzij te zetten. “Zorgverleners werken 38 uur per week. Partner ben je 168 uur per week, je kunt er alleen niet al die tijd zijn. Dat moet je jezelf ook niet opleggen. Je mag best zorgen voor ontspanning. Al is het wel belangrijk om dat uit te spreken naar elkaar. Anders ontstaan er schuldgevoelens.” Schuldgevoelens die er overigens vaak toch wel zijn. “Dat is ook niet erg. Je mag je schuldig voelen, je bént het niet. Schuldgevoelens zijn een teken van liefde, verantwoordelijkheid en verbondenheid. Benóem ze wel, anders ontploft het.”
Schuldgevoelens kunnen ook ontstaan als jij als naaste iets leuks – een vakantie bijvoorbeeld – gaat doen wat de ander niet kan. Ook hiervoor geldt: maak het bespreekbaar en maak afspraken. En verwacht vooral niet dat dat makkelijk is, zegt Keirse. “Dat is het namelijk niet. Maar de moeilijkheid zit niet in de ánder, die zit in de situatie. Het is belangrijk om dat te begrijpen. Vraag daarom wat het voor de ander moeilijk maakt. Accepteer ook dat die ander het moeilijk vindt om te horen. Maar dingen verzwijgen die iemand achteraf alsnog hoort, is veel moeilijker.”
Wanneer zeg je wat?
Hoe vaak heb je het met de ander over zijn of haar ziekte? Veel mensen vinden dat een lastige vraag. Keirse zegt dat je aan de ander ziet wanneer je ernaar kunt vragen. Als je maar echt goed kijkt. “Je ziet het als iemand worstelt. En is iemand boos, zeg dan: ‘Ik zie dat je het moeilijk hebt.’ Daarmee creëer je al een opening.” Blijf dat ook steeds opnieuw doen, zegt hij. “Blijf praten. Zeg tegen de ander: ‘Vertel eens wat voor jou moeilijk is.’ De ziekte blijft immers, de chronische rouw blijft en het verdriet eindigt nooit. Daarmee blijft ook de rouwarbeid.”
Wát je vraagt, is ook iets dat we nogal eens ingewikkeld vinden. Hoe snel vragen we niet aan iemand die ziek is: ‘Hoe gaat het met je?’ Meestal is dat een onmogelijke vraag. Geef dan ook niet direct antwoord, zegt Keirse. “Kijk de ander in de ogen, tel tot vijf en zeg: ‘Als het je
echt interesseert zal ik er iets over vertellen.’ Andersom gebeurt het ook dat je niets meer van iemand hoort, van wie je dat wel graag zou willen. Neem dan gerust zelf het initiatief, zegt hij. “Zoek contact, vertel dat je de ander graag nog eens zou zien. Of laat weten hoeveel iemand vroeger voor je betekend heeft. Misschien helpt dat de ander over de drempel om toch weer contact op te nemen.
En als iemand dan z’n verhaal heeft kunnen delen en er een echt gesprek is geweest, volgt meestal het moment van de tegenvraag: ‘Maar hoe is het dan met jóu?’ Veel mensen zijn geneigd om te antwoorden dat het goed gaat. De dingen waar je misschien zelf mee zit, vallen voor het gevoel nogal eens in het niet bij wat de ander ervaart. “Zeg dat dan gewoon”, zegt Keirse. “Het gevaar bestaat dat je een heel verhaal doet over je eigen kleine dingen en je daarin verliest. Maar het gevaar bestaat ook dat je niets meer over jezelf vertelt en dan neem je de ander ook niet serieus.”
Wat zou ik doen?
Kijken naar de ander en de ander echt zien. Daar gaat het om, zegt Keirse. “Bedenk daarbij dat we wandelen op een leven vol emoties. En dat alle emoties mogelijk zijn én normaal.” Ga er dus ook vooral niet vanuit dat de ander zijn ziekte of beperkingen moet accepteren, zegt hij. “Iemand mag best opstandig zijn om die beperkingen. Maar heb het daar dan over. Bespreek wat je kunt doen, wat kan helpen en wat niet. En benader de persoon gewoon als de mens die die zonder beperking zou zijn.” Wat hem zelf vaak helpt, is om zichzelf als partner of naaste de vraag stellen: ‘Wat zou ik doen? Wat als ik met deze aandoening of beperking moest leven? Keirse: “Dan hoef je alleen maar eens te zeggen dat je je afvraagt hoe de ander het elke dag weer klaar speelt. De mogelijkheid om er over te praten ligt dan meteen open.”

Tekst: Anita Harte – FullQuote

Gevolgen voor je dagelijks leven
Misschien kun je door je ziekte of beperking sommige dingen niet. Of niet meer zoals voorheen. Leven met pulmonale hypertensie betekent vaak dat je dingen verliest. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om te werken of het uitvoeren van een sport of hobby. Wat eerst gewoon was, is dat nu niet meer. Plannen voor de toekomst moeten aangepast worden. Daar kun je verdrietig en boos over zijn.
Je kunt merken dat mensen anders met je omgaan omdat je ziek bent. Bijvoorbeeld familie, vrienden en buren. Het kan zijn dat bij jou niet aan de buitenkant te zien is dat je ziek bent. Misschien begrijpt je omgeving niet goed waar je mee te maken hebt, en wat je klachten kunnen betekenen. Denk aan klachten als vermoeidheid en benauwdheid, waar je soms wel – en soms geen last van hebt. Hierdoor kun je de ene keer wél bij een familiefeestje zijn en lukt het een andere keer niet. Soms eindigen relaties door de ziekte. Dat kan zorgen voor teleurstelling, pijn, boosheid en verdriet. Soms ontstaan er ook nieuwe vriendschappen. Bijvoorbeeld met mensen die hetzelfde meemaken.
Ook de mensen om je heen kunnen negatieve gevoelens hebben door jouw ziekte. Bijvoorbeeld omdat ook hun sociale leven verandert of omdat zij hun toekomstplannen moeten bijstellen. Voor hen is er hier meer informatie voor naasten te vinden.
Als je een partner hebt kan je relatie veranderen. Bijvoorbeeld doordat jij altijd de boodschappen of de administratie deed, maar dit niet meer kunt. Hierdoor kunnen meer taken bij je partner terecht komen. Jouw partner moet hier misschien aan wennen. En jij moet eraan wennen dat het niet meer op de manier gebeurt die je gewend was.
Ziek zijn kan ervoor zorgen dat je anders omgaat met seksualiteit en intimiteit. Bijvoorbeeld door angst, stress, hartkloppingen of vermoeidheid. Ook gevoelens kunnen van invloed zijn op intimiteit of seksualiteit. Bijvoorbeeld als je je onzeker voelt omdat je lichaam er anders uitziet dan vóór je ziekte of beperking. Wil hier meer over weten klik dan hier.

Zingeving
Veel mensen gaan door alles wat ze hebben meegemaakt anders naar het leven kijken. Ze hechten nu minder waarde aan zaken die ze vroeger belangrijk vonden, terwijl andere dingen meer voor hen zijn gaan betekenen.
Het kan zijn dat je door je ziekte meer beseft wat het leven voor je betekent. Dat besef kan verschillende vragen oproepen:
- Waarom ik, waarom nu?
- Wat is echt belangrijk voor mij?
- Wie zijn belangrijk voor mij?
- Waar wil ik wel energie in steken en waarin niet meer?
- Heb ik het tot nu toe goed gedaan?
- Wie ben ik?
- Wat heeft PH voor plek in mijn leven?
- Hoe wil ik mijn toekomst inrichten?
- Wat is de zin van mijn leven?
- Hoe kijk ik aan tegen de dood?
Nadenken over deze vragen kan tot bepaalde inzichten leiden. Dit kan helpen om op een andere manier in het leven te staan.
Hulp of begeleiding
Het is niet altijd makkelijk om hulp of begeleiding te zoeken. Je weet misschien niet bij wie je terecht kunt, of je wilt andere mensen niet belasten. Toch zijn er stappen die je zelf kunt zetten na een zware diagnose.
- Overleg met je PH team. Er zijn specialisten (zoals medisch maatschappelijk werk, psycholoog, psychiater) die je kunnen helpen, om klachten te voorkomen of te verminderen.
- Weet dat je niet alleen bent! Op onze besloten Facebook-groep kunnen patiënten ervaringen delen en vragen stellen. Ook organiseren wij contactmiddagen op verschillende plaatsen in Nederland, hierbij komen patiënten samen om ervaringen te delen of gewoon te praten onder het genot van een hapje en een drankje.
Het is heel ingrijpend om van de één op de andere dag geconfronteerd te worden met een ernstige aandoening. Je verhaal delen is natuurlijk niet dé oplossing. Maar het helpt wel om je emoties te verwerken en om anderen die misschien in dezelfde situatie zitten een steuntje in de rug te geven.

Voordelen van een gesprek met een zorgverlener
Een zorgverlener kan helpen om te gaan met gevoelens en emoties. Voordelen van professionele hulp zijn:
- Het kan ingewikkeld zijn om je te uiten bij naasten. Mensen in je omgeving vinden iets van je ziekteproces en hebben misschien een oordeel. De professional zal niet oordelen.
- Naasten voelen ook verdriet. Misschien ben je (onbewust) toch voorzichtig met je hart bij hen luchten. Dat hoeft bij de zorgverlener niet.
- Verwerking met de hulp van een professional kan je naasten misschien ontlasten. Dat kan goed zijn voor de relatie.
- Als je een afspraak hebt gemaakt bij een zorgverlener, denk je waarschijnlijk beter na waarover je wilt praten. Daardoor ben je gerichter bezig met klachten of vragen.
- Het kan prettig zijn je verhaal nog eens helemaal te kunnen vertellen. Dat kan tot nieuwe inzichten leiden.
- De zorgverlener geeft handvatten om met emoties en gevoelens om te gaan. Hierdoor kunnen klachten minder worden.
Meer informatie over dit onderwerp:
- Bekijk hier een presentatie van medisch maatschappelijk werker Jolanda vd Star over psychosociaal welzijn bij PH
- Lees hier een artikel over mentale gezondheid bij chronisch ziek zijn.


