Wat is pulmonale hypertensie (PH)?
Pulmonale hypertensie betekent dat de bloeddruk in de longslagaders te hoog is. Dit wordt gemeten met een hartkatheterisatie via de rechterhartkamer. Deze aandoening komt vaak voor bij mensen die al een hart- of longaandoening hebben.
Ongeveer 1 op de 100 mensen in de wereld heeft een vorm van pulmonale hypertensie. Sommige vormen komen vaker voor, andere zijn zeldzaam.
Pulmonale arteriële hypertensie (PAH) en chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie (CTEPH) zijn zeldzame vormen van deze ziekte.
Er zijn meer dan 50 verschillende oorzaken van pulmonale hypertensie. De oorzaken zijn door de WHO (World Health Organisation) ingedeeld in 5 groepen, elke groep wordt anders behandeld.
Wat gebeurt er bij pulmonale hypertensie?
Om te begrijpen wat pulmonale hypertensie (PH) is, helpt het om te weten hoe het bloed normaal door het hart en de longen stroomt. Dit heet de dubbele bloedsomloop.

De rechterkant van het hart pompt bloed naar de longen. In de longen neemt het bloed zuurstof op uit de longblaasjes. Daarna stroomt het zuurstofrijke bloed naar de linkerkant van het hart.
Vanuit de linkerkant pompt het hart het bloed naar alle organen en spieren in het lichaam. Daar wordt de zuurstof gebruikt. Het bloed met weinig zuurstof (zuurstofarm) stroomt dan weer terug naar de rechterkant van het hart. Zo begint de cyclus opnieuw.
Bij pulmonale hypertensie is de bloeddruk in de longvaten te hoog. Hierdoor moet vooral de rechterhartkamer harder werken om het bloed naar de longen te pompen.
In het begin lukt dat nog: de hartspierwand wordt dikker en de kamer groter om de extra kracht te kunnen leveren. Maar na verloop van tijd kan het hart dit niet meer goed volhouden.
Door de hoge druk raken ook de bloedvaten in de longen beschadigd. Ze worden stijver en nauwer, waardoor de druk nog verder stijgt. Dit maakt het voor het hart nog moeilijker om bloed door de longen te pompen. Uiteindelijk kan de rechterhartkamer verzwakken, wat kan leiden tot hartfalen.
Pulmonale hypertensie kan bij iedereen voorkomen — jong of oud, man of vrouw — en het kan verschillende oorzaken hebben, zoals hartziekten, longaandoeningen of erfelijke factoren.
