‘Loop een paar extra rondjes door de supermarkt’
Ruud Beesems is fysiotherapeut bij Revant, Centrum complexe chronische longaandoeningen in Breda. Twee keer per jaar ontvangen ze daar een groep PH-patiënten voor revalidatie. In tien weken tijd, twee middagen per week, wordt er getraind en is er volop aandacht voor educatie. Een aantal van de tips die patiënten daar meekrijgen, deelt hij graag.

Ruud ziet bij PH-patiënten soms angst om te bewegen. ‘Dan denken ze: als ik beweeg word ik kortademig, dus dat doe ik maar niet.’ Daarom geeft hij na de eerste keer gezamenlijk buiten lopen bij Revant, de opdracht om iedere dag naar buiten te gaan en te lopen. ‘Als je weet dat je bijvoorbeeld 400 meter kunt lopen, stop dan na 300 meter, vóór je buiten adem raakt en oncomfortabel wordt. Rust even uit, loop dan opnieuw 300 meter en herhaal dit een paar keer. Doe dit vervolgens iedere dag en spreek daarvoor een vast moment met jezelf af. Je zult merken dat je na een paar weken iets verder kunt lopen.
Dat de drempel om naar buiten te gaan in de herfst of winter misschien wat hoger is, snapt Ruud. ‘Maar als het regent kun je met een paraplu of regenjas ook naar buiten. Je hebt er vooral last van als je niet gaat.’ En is het écht geen weer om naar buiten te gaan, loop dan een paar extra rondjes door de supermarkt, zegt hij. ‘Of ga naar de IKEA, daar hebben ze lange routes. Zoek in ieder geval iets waar je een afstand kunt lopen. Alles is beter dan rondjes rond de keukentafel.’

‘Ga niet in één keer van een heel warme ruimte binnen, naar de kou buiten’
Het overkomt elke PH-patiënt in de winter: je gaat naar buiten en de kou beneemt je de adem. Ruud heeft wel wat tips om dat te voorkomen. ‘Kleed je eerst binnen warm aan en rust dan even uit, zodat je niet kortademig naar buiten gaat. Ga, als het even kan, ook niet meteen van heel warm naar heel koud. Probeer in de keuken of bijkeuken even te acclimatiseren voor je naar buiten gaat. En als je buiten bent, wen dan eerst even aan de kou voor je gaat lopen.’ Hij hoort nog wel eens van mensen dat ze ‘even snel’ naar de winkel willen, vóór ze kortademig worden. ‘Dat moet je juist niet doen. Je moet vooral je tempo aanpassen en geregeld even pauzeren als het nodig is, anders raak je onderweg al buiten adem.’ Wat ook helpt, is een sjaal voor je neus en mond. ‘Zo creëer je een barrière van warme lucht, waardoor die koude buitenlucht een beetje opwarmt voor je het inademt.’ Aanpassen, daar draait het allemaal om, zegt Ruud. ‘Wij mensen zitten zo vast in gewoontes, maar in de winter moet je alles gewoon net iets rustiger doen en goed op je adem letten. Adem buiten bijvoorbeeld door je neus, dat is al iets warmer dan door je mond.’
Signalen herkennen
Voor iedereen is de beweegrichtlijn: vijf keer per week een half uur zorgen dat je polsslag wat oploopt. Dat geldt ook voor PH-patiënten, zegt Ruud. ‘Ook in de winter. Het hoeft niet een half uur achter elkaar te zijn. Je kunt ook vijf minuten iets doen, dan even rusten en weer door. En je hoeft ook niet per se een half uur te wandelen. Als je wat klusjes in huis doet, zoals stofzuigen, dan is dat ook prima. Word je tijdens het bewegen licht kortademig dan is dat niet erg. Het is alleen niet goed om buiten adem te raken.’
Er zijn een paar signalen waar je bij het bewegen op moet letten, gaat hij verder. ‘Als je licht in je hoofd wordt of duizelig, of druk in je hoofd krijgt, dan moet je stoppen.’ Voor mensen die hun gegevens meten, houdt hij voor de pols (hartslag) een grens aan van maximaal 125. En een saturatie die niet onder de 85 mag zakken. ‘Het is goed om te weten wat pols en saturatie doen als je duizelig wordt’, zegt Ruud. In de trainingen gebruiken ze dat ook om te leren voelen wat voor iemand het signaal is dat die even moet stoppen. ‘Maar het mooiste is als je uiteindelijk zelf de signalen kunt voelen, zonder dat je het hoeft te meten.’

Beweegtips
Ruud merkt dat het voor veel mensen belangrijk is om verder te kunnen lopen. Dat vraagt wel om sterke beenspieren en daarbij helpen beenspieroefeningen, zegt hij. ‘Ga bijvoorbeeld op een stoel zitten en strek je benen om en om tien keer. Of ga tien keer zitten en staan vanuit je stoel. Als dat niet in één keer lukt, dan is dat helemaal geen punt. Dan doe je het drie keer en rust je even uit voor je weer drie keer gaat. Je zult merken dat het echt helpt. Als je het consequent doet, gaat het na een tijdje gemakkelijker.’ En laat het daar dan niet bij, zegt hij ook. ‘Maak het steeds iets intensiever.’ Als voorbeeld noemt hij het zitten en staan. ‘We oefenen dat eerst van een hoge kruk, zodat je maar een klein beetje omhoog hoeft. Als dat lukt, gaan we verder op een stoel en vervolgens gaan we iets langzamer staan en zitten. Zo maken we het steeds een beetje zwaarder, gaat je niveau steeds een beetje omhoog en loop je steeds een stukje verder.’
