Elke dag naar buiten, zomer en winter
Nouska* is een zomermens, zegt ze zelf. Het hoeft geen 32 graden te zijn, maar van een lekker zonnetje, windje erbij en zo’n 24 graden, wordt ze blij. Ze houdt niet van de winter. Heeft er een hekel aan als het gaat vriezen of sneeuwen. ‘Al die kou’, zegt ze. En vooral al die kleren die ze dan aan moet. ‘Dat zit gewoon niet echt lekker.’
Nouska weet niet beter dan dat ze PH heeft. Vanaf haar vierde zit ze al aan de pomp en als ze die een keer van haar broekrand afhaalt en naast zich neerlegt, mist ze ‘m bij wijze van spreken al. Ze is er zo aan gewend. Het gaat de laatste jaren ‘super goed’ met haar, zegt ze. ‘Ik mag niet klagen.’ Ze heeft ook tijden gehad dat ze niks kon. Zoals rond haar zeventiende, toen ze heel slecht was en vermoedelijk kampte met een bacterie. Na een ziekenhuisopname en met extra pillen, knapte ze gelukkig weer op en kon ze haar leven weer oppakken. Een leven dat vooral bestaat uit paardrijden en ook dat is eigenlijk al zo zolang ze zich kan herinneren. ‘Paardrijden is echt alles voor mij. Als ik dat niet doe, gaat het niet goed.’

Door het paardrijden is Nouska heel veel buiten, zomer en winter. Al is ze liever met mooi weer bij de paarden dan in de winter ‘met al die dikke kleren aan’. Maar of ze in de winter dingen laat die ze in de zomer wel doet? Niet per se. Het is vooral dat ze in de winter minder energie heeft, sneller moe is en het vooral sneller koud heeft. ‘Als normale mensen nog in gewone kleren lopen, heb ik al snel een legging onder mijn broek of twee broeken aan. Ook doe ik al snel een capuchon op.’ Ze is echt van de laagjes kleding, zegt ze. En van de dikke jas, dikke sokken én van handschoenen – ‘daar hou ik écht van’. Tegelijk denkt ze ook dat ze misschien wel meer kou kan hebben dan anderen, juist omdat ze elke dag buiten is. ‘Ik ben eraan gewend. Maar in de winter ben ik niet de hele dag in de kou hoor. Tussendoor warm ik altijd ergens op, want als ik het té koud krijg duurt het heel lang voor ik weer opwarm.’
Naast het rijden van haar paarden (‘ik heb er vier en rijd elke dag’), het trainen en meedoen aan wedstrijden, werkt Nouska voor haar vader. Vooral computerwerk, dat ze kan doen op de momenten die haar zelf passen. Naar de sportschool om voldoende te bewegen, hoeft ze niet. Ze mest zelf de paardenstallen uit (‘dat kost vooral kracht en dat gaat me goed af’) en heeft daarmee haar eigen sportschool, zegt ze lachend.
Wintertips van Nouska
- Leren handschoenen met bont aan de binnenkant
- Een jas met een verwarming op twee standen (aansluiten op een powerbank en hij verwarmt!)
*Nouska is een verzonnen naam, dit om de privacy van de geinterviewde persoon te garanderen.
Tekst: Anita Harte – Fullquote
