Internationaal symposium over medicijnontwikkeling biedt waardevolle inzichten voor Stichting Pulmonale Hypertensie
Begin juni vertegenwoordigde onze voorzitter Louise Bouman de Stichting Pulmonale Hypertensie tijdens het PVRI Symposium over medicijnontdekking en -ontwikkeling. Dit toonaangevende internationale congres bracht onderzoekers, artsen, farmaceutische bedrijven en vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties samen rondom de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van pulmonale hypertensie.
Naast de wetenschappelijke inhoud was het een geweldige kans om in contact te komen met gepassioneerde professionals van over de hele wereld. “De discussies en perspectieven die ik heb opgedaan zullen zeker bijdragen aan mijn werk in de toekomst,” aldus Louise.

Hier het verslag van alle presentaties:
Sessie 1: Nieuwe standaarden in de zorg voor PAH
Presentatie door: Illiana Meurs – CBG-MEB en Mitchell Psotka – FDA
Sotatercept is een nieuw medicijn voor mensen met PAH. Uit onderzoek bleek dat mensen die dit medicijn kregen, beter konden lopen (gemiddeld 41 meter meer in 6 minuten). Ook ging hun hartfunctie iets vooruit. De bijwerkingen waren meestal mild, zoals een laag aantal bloedplaatjes of een hoger hemoglobinegehalte in het bloed.
De toezichthouders (zoals EMA) keurden het medicijn goed, maar alleen voor het verbeteren van de conditie (inspanningsvermogen). Andere waarden, die uit MRI of hartcatheteriatie worden gehaald worden niet megeteld als eindpunt. In de bijsluiter staat ook dat het altijd samen met andere PAH-medicijnen moet worden gebruikt.
Wat moet nog gebeuren:
- Verder onderzoek doen naar mogelijke hartproblemen op lange termijn
- In de bijsluiter duidelijk maken dat het medicijn alleen samen met andere middelen werkt
- De werking op langere termijn in de praktijk blijven volgen
Presentatie door: Luke Howard – Imperial college London
Sotatercept wordt meer gezien als een middel dat de oorzaak van PAH aanpakt in plaats van alleen de symptomen. Het werkt snel en kan worden gebruikt bij mensen met een gemiddeld tot hoog risico.
Er wordt soms zelfs nagedacht over het afbouwen van andere medicijnen als mensen heel goed reageren op sotatercept. Belangrijke aandachtspunten blijven het meten van hartfunctie, bloeddruk in de longen en de kwaliteit van leven.
Toekomstige plannen:
- Bepalen wat “remissie” precies is bij PAH
- Onderzoeken hoe en wanneer sotatercept het best gebruikt kan worden
- Hulpmiddelen ontwikkelen om te zien welke patiënten het meeste baat hebben bij dit medicijn
Presentatie door: Marion Delcroix – UZ Leuven
Prof. Delcroix sprak over de uitdagingen en vernieuwingen in de behandeling van PAH. Ondanks actieve behandeling is het risico op overlijden nog steeds 8–10% per jaar. Ook in klinische studies zien we dat 30% van de patiënten een ernstige gebeurtenis meemaakt.
In 2024 is er een nieuw medicijn goedgekeurd (sotatercept), dat veelbelovende resultaten laat zien. Dit middel wordt nu toegevoegd aan de bestaande behandelcombinaties.
In de toekomst moeten nieuwe medicijnen aantonen dat ze beter of aanvullend werken op de huidige behandelingen. Hiervoor zijn grotere onderzoeken nodig, met meer aandacht voor meetbare signalen (zoals biomarkers) en de werking van het hart.
Er werd ook gesproken over het belang van samenwerking tussen ziekenhuizen en onderzoekers. Vooral bij zeldzame ziekten, zoals PAH, is dit belangrijk om sneller onderzoek te doen, betere gegevens te verzamelen en kosten te verlagen.
Belangrijke punten zijn:
- Betere selectie van patiënten voor studies
- Gebruik van biomarkers om de juiste behandeling te kiezen
- Meer samenwerking tussen artsen, onderzoekers, bedrijven en patiënten
Sessie 2: Wat betekent het als een medicijn echt de ziekte verandert?
Presentatie door: Mark Toshner – Universiteit van Cambridge
Een medicijn dat de ziekte echt verandert doet meer dan alleen klachten verminderen. Het zorgt voor langdurige verbetering, ook na het stoppen van het medicijn. Maar artsen en onderzoekers zijn het nog niet helemaal eens over wat dat precies betekent.
Voorbeelden uit andere ziektes zoals reuma en Alzheimer laten zien dat een goed ziekte-veranderend medicijn:
- de oorzaak van de ziekte aanpakt
- de klachten langdurig verbetert
- werkt ook als je ermee stopt
Toch is het lastig en soms niet ethisch om een patiënt zomaar te laten stoppen met medicatie voor een onderzoek.
Belangrijk: de mening van patiënten telt! Wat patiënten belangrijk vinden in hun dagelijks leven (zoals energie, bewegen, kwaliteit van leven) moet worden meegenomen bij het bepalen of een medicijn de ziekte echt verandert.
Volgende stappen:
- Patiënten betrekken bij het vaststellen van doelen die er in het dagelijks leven echt toe doen
- Onderzoeken of blijvend effect zonder te stoppen met het medicijn ook telt als ziekteverandering
- Beter onderscheid maken tussen gewone verbetering en echte ziekte-aanpak
- Kwaliteit van leven beter meten in onderzoeken en beoordelingen
Presentatie door: Sudarshan Rajagopal – Duke University, VS
Beeldvorming (zoals hart-MRI of echo) is belangrijk bij het meten van hoe goed het hart en de longen werken bij PAH. MRI is vaak beter dan echo, vooral voor het meten van de functie van de rechterhartkamer.
Maar er zijn nog problemen:
- Kleine bloedvaatjes in de longen zijn moeilijk zichtbaar
- Het is lastig om scanresultaten te koppelen aan hoe een patiënt zich voelt
- Nieuwe technieken (zoals xenon-MRI of DLNO) zijn veelbelovend, maar nog niet genoeg getest
Ook is er interesse in kunstmatige intelligentie (AI). Daarmee kunnen artsen in scans patronen herkennen die iets zeggen over de ernst van de ziekte of het risico op overlijden. Maar dit wordt nog niet erkend door officiële instanties als bewijs dat een medicijn de ziekte echt verandert.
Volgende stappen:
- AI verder ontwikkelen om belangrijke signalen in scans te herkennen
- Meer onderzoek naar beeldvormingsmethodes die laten zien of de ziekte echt verandert
- Beeldvorming beter koppelen aan wat patiënten merken in hun dagelijks leven

Sessie 3: Diversiteit en inclusie
Presentatie door: Deimante Hoppenot – Litouwse Universiteit voor Gezondheidswetenschappen
Dr. Hoppenot sprak over de verschillen tussen mannen en vrouwen bij PAH. Vrouwen krijgen deze ziekte vaker, maar mannen hebben meestal een ernstigere vorm en een hogere sterfte. Dit komt deels door hormonen zoals oestrogeen, die invloed hebben op de bloedvaten en het hart.
Toch houden de huidige behandelrichtlijnen geen rekening met deze verschillen. Er zijn al onderzoeken geweest met hormoonbehandelingen, maar die hadden nog weinig succes. Daarom is meer onderzoek nodig, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen mannen en vrouwen.
Volgende stappen:
- Nieuwe behandelingen onderzoeken die passen bij man/vrouw-verschillen.
- Het geslacht van de patiënt opnemen in richtlijnen en onderzoeken.
Presentatie door: Cati Brown-Johnson – Stanford Universiteit
De presentatie ging over de TOTAL-studie. Dit project in de Verenigde Staten probeert meer mensen met verschillende etnische achtergronden mee te laten doen aan onderzoeken naar hart- en vaatziekten, zoals pulmonale hypertensie.
Uit de gegevens blijkt dat Afro-Amerikanen te weinig meedoen aan deze onderzoeken (slechts 3,2%) en Aziatische Amerikanen juist te veel (19,3%). Redenen hiervoor zijn onder andere racisme, wantrouwen, armoede en strenge regels voor wie mag meedoen.
De TOTAL-studie probeert dit op te lossen met lokale ambassadeurs, sociale media en flexibele regels. Vertrouwen en goede communicatie spelen een belangrijke rol.
Conclusie:
Om onderzoek eerlijker te maken, moeten meer mensen met verschillende achtergronden mee kunnen doen. Dit vraagt om aanpassingen in hoe deelnemers worden geworven en geselecteerd.
Sessie 4: Wereldwijde aspecten van geneesmiddelen ontwikkeling en beschikbaarheid
Presentatie door: Werner Seeger – Justus Liebig Universiteit Giessen
De GoDeep-database verzamelt gegevens over pulmonale hypertensie (PH) uit 47 ziekenhuizen wereldwijd. Er worden medische gegevens, scans en genetische informatie opgeslagen. Deze data helpt onderzoekers om patiënten beter te begrijpen en nieuwe behandelingen te testen.
Belangrijke ontdekkingen:
- Vrouwen leven langer met PH dan mannen, ongeacht het type PH of bijkomende ziekten.
- Sommige patiënten met milde PAH of COPD-PH leven langer als ze sildenafil gebruiken.
Deze database kan helpen bij het plannen van betere klinische studies, zoals door betere patiëntselectie, het gebruik van echte patiëntgegevens voor het berekenen van de benodigde deelnemers, en het testen van digitale hulpmiddelen. Ook kan kunstmatige intelligentie worden ingezet om resultaten te voorspellen en kosten te berekenen.
Voor beschikbaarheid
Presentatie door: Anna Hemnes – Vanderbilt University
Anna verdedigt het standpunt dat medicijnen eerst beschikbaar moeten zijn voor patiënten. Een goed middel heeft geen nut als mensen het niet kunnen krijgen. Vaak zijn medicijnen te duur of niet verkrijgbaar in bepaalde landen, zelfs rijke.
Oplossingen zijn:
- Goedkopere generieke medicijnen sneller op de markt brengen.
- Te lang durende patenten stoppen.
- Goedkeuringen tussen landen beter afstemmen.
- Medicijnen beter afstemmen op de patiënt (precisiemedicatie).
Conclusie: Innovatie is belangrijk, maar beschikbaarheid redt levens.
Voor ontdekking
Presentatie door: Ardeschir Ghofrani – Universitair Ziekenhuis Giessen
Ardeschir verdedigt het standpunt dat het ontdekken van nieuwe medicijnen het belangrijkst blijft. Zonder innovatie komen er geen nieuwe behandelingen, zeker voor ziektes zoals PH waar nog geen genezing is.
Belangrijke punten:
- Nieuwe ziektes en vormen van ziekten blijven ontstaan, dus onderzoek is nodig.
- Veel huidige medicijnen zijn herontdekt door onderzoekers.
- Nieuwe medicijnklassen geven hoop op genezing, niet alleen symptoombestrijding.
- Vooruitgang stopt als er geen winst mogelijk is voor bedrijven. Beschikbaarheid is de taak van meerdere partijen, niet alleen van de farmaceutische industrie.
Conclusie: Innovatie en beschikbaarheid horen bij elkaar. Alleen focussen op beschikbaarheid kan de ontwikkeling van betere behandelingen in de weg staan.

Sessie 5: Innovaties en onderzoeksopzet bij geneesmiddelenstudies
Presentatie door: Athenais Boucly – Universiteit Paris-Saclay
In deze presentatie werd uitgelegd hoe risicoscores, zoals REVEAL 2.0, gebruikt worden bij onderzoeken naar longziekten zoals pulmonale hypertensie (PH). Deze scores voorspellen hoe ernstig de ziekte is en hoe de patiënt het waarschijnlijk zal doen.
Ze zijn gebaseerd op gegevens zoals bloeddruk, hartfunctie en bloedwaarden. Nieuwere onderzoeken (zoals Zenith en Prosera) gebruiken deze scores om patiënten met hoger risico te kiezen.
Volgende stappen:
- Onderzoeken hoe medicijnen de risicoscore beïnvloeden.
- Kijken of veranderingen in de score gebruikt kunnen worden als meetpunt in toekomstige studies.
- Gegevens zoals scans en biomarkers toevoegen aan de scores.
- Scores beter onderbouwen met grotere onderzoeken.
Presentatie door: David Kiely – Universiteit van Sheffield
Beeldvorming, zoals echo van het hart en MRI, wordt steeds belangrijker in PH-onderzoek. Hiermee kunnen artsen de hartfunctie en bloeddruk in de longen beter volgen. Een grote analyse van 2.000 patiënten liet zien dat een MRI van het hart goed voorspelt bij wie de aandoening snel erger wordt of overlijdt.
Nieuwe technieken zoals kunstmatige intelligentie (AI) en slimme apparaten helpen om sneller, nauwkeuriger en goedkoper gegevens te verzamelen.
Volgende stappen:
- Nieuwe scanmethodes opnemen in toekomstige onderzoeken.
- Slimme technieken en meerdere soorten beeldvorming combineren.
- Een database maken voor beeldvormingsgegevens wereldwijd.
Presentatie door: Martin Wilkins – Imperial College London
Iedere patiënt is anders – naar meer persoonlijke zorg bij PAH
Tijdens de presentatie werd uitgelegd waarom gemiddelden in de geneeskunde niet altijd goed werken. Als voorbeeld werd een onderzoek van de Amerikaanse luchtmacht uit de jaren 40 genoemd. Daaruit bleek dat geen enkele piloot precies het gemiddelde lichaamstype had. Dit werd vergeleken met de zorg: ook daar is geen enkele patiënt echt ‘gemiddeld’.
De spreker pleitte voor meer zogeheten n=1-studies. Dit zijn onderzoeken waarbij per patiënt wordt gekeken wat het beste werkt, in plaats van één aanpak voor iedereen. Met moderne technologie, zoals draagbare sensoren of implantaten, kunnen artsen per patiënt volgen hoe een behandeling werkt.
Een voorbeeld werd gegeven van een patiënt met PAH die werd behandeld met Imatinib. Door deze aanpak kon de behandeling beter worden afgestemd op de persoon.
Deze methode kan in de toekomst zorgen voor betere en meer persoonlijke zorg – zeker in de vroege fase van medicijnontwikkeling. Tegelijk zijn er nog wel uitdagingen, zoals hoe dit praktisch kan worden uitgevoerd en op grotere schaal toepasbaar wordt.
Presentatie door: Alex Rothman – Universiteit van Sheffield
Slimmere manieren om te onderzoeken of medicijnen werken
In de presentatie werd besproken dat traditionele manieren om medicijnen te testen soms tekortschieten. Vaak wordt er gekeken naar één eindpunt (zoals of iemand langer leeft of verder kan lopen), maar dat vertelt niet altijd het hele verhaal.
De spreker stelde voor om nieuwe manieren te gebruiken om onderzoek te doen, zoals Bayesiaanse statistiek en het analyseren van meerdere eindpunten tegelijk. Dit helpt beter te begrijpen hoe goed een medicijn werkt – en voor wie.
Er werden voorbeelden gegeven waarbij gebruik werd gemaakt van continue metingen, onderzoeken waarbij een medicijn tijdelijk werd gestopt en daarna weer gestart (withdrawal/re-challenge), en het inzetten van persoonlijke data uit bijvoorbeeld beeldvorming en meetapparatuur.
Ook werd de win ratio-methode besproken – een manier om verschillende uitkomsten eerlijk met elkaar te vergelijken. Maar er werd gewaarschuwd dat deze methode niet altijd goed werkt bij alle soorten gegevens.
Kortom: de presentatie ging over hoe we in de toekomst medicijnen beter en persoonlijker kunnen testen, vooral bij ziekten zoals pulmonale hypertensie.
Presentatie door: Harm Jan Bogaard – Amsterdam UMC
Na het afronden van klinische studies bij pulmonale hypertensie (PH), wordt soms een zogenoemde Open-label Extension (OLE) studie gestart. In zo’n vervolgstudie blijven patiënten het medicijn gebruiken, zodat onderzoekers kunnen zien hoe veilig en effectief het op de lange termijn is. Een voordeel is dat patiënten die baat hebben bij het medicijn het kunnen blijven gebruiken.
Maar er zijn ook nadelen. Bijvoorbeeld:
-
Niet alle patiënten krijgen dezelfde behandeling, wat de resultaten kan beïnvloeden.
-
Patiënten die meedoen aan een OLE kunnen later niet meer meedoen aan andere nieuwe studies (er moet een bepaalde tijd tussen deelname aan oude studie en nieuwe studie zitten)
-
Soms is het onduidelijk of patiënten echt goed zijn geïnformeerd over wat deelname betekent.
Er zijn andere manieren om langetermijngegevens te verzamelen, zoals early access programma’s of real-world data-studies (gegevens uit de praktijk). Deze hebben soms minder nadelen.
Belangrijke punten voor de toekomst:
-
Goed nadenken of een OLE-studie echt nodig is.
-
Alternatieven overwegen, zoals data verzamelen via de echte zorgpraktijk.
-
De ethische kant goed bespreken met toezichthouders.
Presentatie door: Frances Varian – Universiteit van Sheffield
Geneesmiddelenstudies veroorzaken samen jaarlijks zo’n 100 miljoen ton CO₂-uitstoot. Klimaatverandering is al zichtbaar: in 2022 stierven 60.000 mensen in Europa door extreme hitte.
Onderzoek kan groener door:
- Minder reizen voor patiënten.
- Meer digitale en ‘decentrale’ studies (vanuit huis).
- Duurzaam ontwerp van studies.
Voorbeeld: In de PHOENIX-studie bleek reizen de grootste bron van uitstoot. Door op afstand te werken, kan 20–30% uitstoot worden bespaard.

Sessie 6: Nieuwe medicijnen en tecnologieën voor pulmonale hypertensie
Presentatie door: Zhi-Cheng Jing – China
Onderzoekers hebben ontdekt dat mensen met pulmonale arteriële hypertensie (PAH) hogere hoeveelheden van een stof in het bloed hebben, genaamd spermine. Deze stof lijkt bij te dragen aan het vernauwen van de bloedvaten in de longen, waardoor de ziekte erger wordt.
De onderzoekers ontwikkelden een nieuwe stof, M2, die het effect van spermine blokkeert. In laboratoriumonderzoek en dierproeven heeft M2 laten zien dat het:
-
de bloeddruk in de longen verlaagt,
-
de hartfunctie verbetert,
-
en de ziekte afremt.
Deze ontdekking geeft hoop op een nieuwe behandelmethode voor PAH. Er zijn meer onderzoeken nodig voordat M2 bij mensen getest kan worden.
Presentatie door: Rohan Zamainian – Stanford
Tijdens de presentatie werd een mogelijk nieuw medicijn voor PAH besproken: Elafin, ook wel Prilostat genoemd. Dit middel remt een schadelijk enzym, neutrofiele elastase, dat elastine in de longvaten afbreekt. Elastine is een belangrijk eiwit dat ervoor zorgt dat de bloedvaten soepel blijven.
Als elastine verdwijnt, worden de vaten stijf en smal, wat het hart zwaarder belast. In dierproeven zorgde Elafin voor:
- lagere bloeddruk in de longen,
- betere hartfunctie,
- minder ontsteking,
- herstel van beschadigde bloedvaten.
In een eerste kleine studie bij mensen bleek Elafin veilig te zijn en goed verdragen te worden. De volgende stap is een grotere studie (de Athena-studie) bij 90 mensen met PAH. Hierbij wordt gekeken naar het effect op de bloeddruk in de longen, het uithoudingsvermogen en de kwaliteit van leven.
Het doel is om te onderzoeken of Elafin de ziekte kan vertragen of misschien zelfs verbeteren.
Presentatie door: Marc Pritzker – Universiteit van Minnesota
Tijdens de presentatie werden twee nieuwe technieken besproken die hoop geven voor mensen met pulmonale arteriële hypertensie (PAH).
1. Mechanisch hulpmiddel (implantaat)
Er is een speciaal apparaatje ontwikkeld dat in het lichaam geplaatst wordt. Het helpt de bloedvaten in de longen beter uit te zetten en samen te trekken. Dit zorgt ervoor dat het hart het bloed makkelijker kan rondpompen. In de eerste testen zagen onderzoekers dat het hulpmiddel:
- de hartfunctie verbeterde
- patiënten gemiddeld 47 meter verder konden lopen in zes minuten,
- mensen zich beter voelden en hun kwaliteit van leven verbeterde.
Het apparaatje is eenvoudig in onderhoud en helpt de bloedvaten stap voor stap verbeteren over een periode van zes maanden. Er loopt al een kleine studie bij patiënten.
2. Zenuwstimulatie (neuromodulatie)
De tweede technologie is een apparaat dat via de milt een zenuw stimuleert die belangrijk is voor het afweersysteem (de nervus vagus). Deze methode werd eerst getest bij mensen met COVID-19, maar lijkt ook te helpen bij PAH doordat het ontstekingen in het lichaam vermindert. De eerste onderzoeken bij dieren en mensen laten veelbelovende resultaten zien.
Conclusie
Deze twee technieken kunnen in de toekomst mogelijk samen met medicijnen gebruikt worden. Ze pakken zowel de druk op het hart aan als de ontstekingen bij PAH. Zo bieden ze nieuwe hoop op een betere en langere kwaliteit van leven voor patiënten.
Presentatie door: Paul Yu – Harvard
Deze presentatie ging over een nieuwe manier om pulmonale arteriële hypertensie (PAH) te behandelen. Onderzoekers richten zich op een eiwit in het lichaam dat BMP9 heet. Dit eiwit helpt om de bloedvaten in de longen gezond te houden.
Er is ontdekt dat veel genen die een rol spelen bij PAH invloed hebben op de zogenaamde BMP-signaalroute. BMP9 is een belangrijk onderdeel van die route en helpt bij het regelen van de bloeddruk in de longen. Bij sommige mensen met PAH is de hoeveelheid BMP9 lager dan normaal, wat mogelijk bijdraagt aan het ontstaan van de ziekte.
In dierstudies bleek dat het geven van extra BMP9 hielp om symptomen van PAH te verminderen. De bloeddruk in de longen daalde en de bloedvaten werden minder dik. Maar het verhaal is niet zo simpel: bij sommige muizen werkte het juist beschermend om BMP9 weg te halen. Dit laat zien dat BMP9 soms goed is, maar in andere gevallen ook schadelijk kan zijn.
BMP9 beïnvloedt ook andere stoffen in het lichaam, zoals CXCL12 en endothelin-1. Deze stoffen zijn bekend omdat ze PAH kunnen verergeren als ze te actief zijn. Daarom is BMP9 een belangrijk doelwit in het onderzoek.
Er wordt nu een nieuw medicijn getest dat BMP9 blokkeert (een anti-BMP9 antistof). De eerste veiligheidstesten zijn gedaan en er loopt nu een grotere studie (fase 2) met mensen.
Deze aanpak geeft hoop op een nieuwe behandelmethode voor PAH, door het evenwicht van BMP9 beter te regelen. Dit kan zorgen voor gezondere bloedvaten en minder druk in de longen.
Pilar Escribano Subias – Spanje
Seralutinib is een nieuw medicijn dat ingeademd wordt en direct in de longen werkt. Het richt zich op ontstekingen, littekenvorming en ongewone celdeling—allemaal oorzaken van PAH.
In de fase 2 studie met 74 patiënten:
- Daalde de longdruk met 24%
- Verbeterde de hartfunctie
- Ontstonden geen ernstige bijwerkingen
- Konden patiënten verder lopen (in 6 minuten wandeltest)
De fase 3 studie (Prosera) is gestart, ook in Nederland.
Presentatie door: Ardeschir Ghofrani – Duitsland
Mosliciguat (valt in dezelfde categorie als riociguat) helpt de longvaten ontspannen door een natuurlijk proces in het lichaam te verbeteren.
- In tests daalde de longdruk met 36–38%
- Effecten hielden tot 24 uur aan
- Weinig bijwerkingen (zoals hoofdpijn, vermoeidheid)
Een grotere studie is onderweg, voor mensen met PH en longziekten (groep 3 PH)
Presentatie door: Alex Rothman – UK
Bij PAH sturen zenuwen in de longen te veel stresssignalen uit, wat de bloedvaten vernauwt.
Artsen testen nu een katheterbehandeling die deze zenuwen ‘uitschakelt’ met radiofrequentie of geluidsgolven.
In een kleine studie van 23 mensen:
- Daalde de longdruk
- Konden patienten verder lopen in 6 minuten wandeltest
- Werkte het hart beter
- Ging de kwaliteit van leven omhoog
Grotere onderzoeken zijn aan de gang. Deze methode kan een alternatief zijn voor mensen die niet goed reageren op medicijnen. Zou vooral een mooie oplossing zijn voor mensen met PH en HFpEF (een aandoening waarbij het hart zich niet goed kan vullen met bloed – groep 2 PH).
Samenvatting vervaardigd met behulp van AI.
Bron van gebruikte foto’s: PVRI
